In februari 2024 lanceerde het kabinet de Nationale Strategie voor Implementatie van het VN-verdrag Handicap. In gesprekken met mensen met een beperking, naasten en vertegenwoordigende organisaties kwamen veel vragen naar boven. Wat betekent deze strategie voor mij? En wat ga ik ervan merken? Op 6 maart beantwoordde een vertegenwoordiger van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport veel van deze vragen. Hieronder delen we een greep uit de vragen en antwoorden. Alle vragen én antwoorden zijn terug te vinden in het document onder dit bericht.
Illustratie van een groep mensen met verschil in huidskleur, leeftijd en kleding. Ook personen met een zichtbare beperking maken deel uit van de groep.

Wat is de nationale strategie?

De strategie is een document waarin de overheid de ambitie uitspreekt om de positie van mensen met een beperking en hun naasten te structureel te verbeteren. En om een einde te maken aan de achterstelling en discriminatie van mensen met een beperking en hun naasten.

De strategie is opgebouwd uit vijf belangrijke principes (gelijke rechten, eigen regie en rechtspositie, toegankelijkheid, bestaanszekerheid en een samenleving waarin iedereen zich welkom voelt). Die zijn gebaseerd op grondbeginselen uit het VN-verdrag en moeten bij de uitwerking van de werkagenda overal terugkomen.

Daarnaast worden zeven levensdomeinen afgebakend: werk en inkomen; thuis en wonen; onderwijs en ontwikkeling; gezondheid en ondersteuning; vervoer en mobiliteit; cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen; en veiligheid en rechtsbescherming). Per levensdomein zijn doelstellingen opgesteld voor 2040.

De ambities uit de strategie worden vertaald in concrete beleidsmaatregelen in de werkagenda, die in 2024 wordt vormgegeven.

Lees de Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap op Rijksoverheid.nl.

Wat is de werkagenda en hoe wordt die gemaakt?

De werkagenda is bedoeld om de abstracte ambities uit de strategie om te zetten in concrete maatregelen die het verschil moeten gaan maken voor mensen met een beperking. De werkagenda wordt gemaakt voor de zeven levensdomeinen die zijn vastgesteld in de strategie.

Elk domein wordt geleid door één ministerie, die de meeste inhoudelijke raakvlakken heeft met het domein. Elk domein krijgt een eindverantwoordelijke vanuit het betrokken ministerie en die organiseert als start van de werkagenda op dat domein ‘sprintsessies’ waarbij mensen met een beperking, hun vertegenwoordigende organisaties en andere relevante partijen worden uitgenodigd voor input.

De sprintsessies gaan over de impact van bestaand beleid op de doelstellingen. Daarnaast gaan de sprintsessies over nieuw beleid dat op de korte termijn en op de lange termijn kan bijdragen aan het behalen van de doelstelling.  De werkagenda geldt voor 5 jaar. Daarna worden er nog nieuwe werkagenda’s opgesteld voor 2030-2035 en 2035-2040.

Veel problemen waar mensen met een beperking mee te maken krijgen, vallen niet binnen één levensdomein. Het vormgeven van de werkagenda vereist dus van alle betrokken ministeries samen (niet alleen de kartrekker) een gecoördineerde inspanning. De doelstellingen uit de nationale strategie vormen de basis voor de werkagenda.

Wat vindt Ieder(in) van de nationale strategie en de werkagenda?

De lancering van de nationale strategie is een mijlpaal, omdat er voor het eerst een aanpak is die voor 16 jaar vastlegt hoe de positie van mensen met een beperking structureel moet worden verbeterd. Dwars door kabinetsperiodes en regeerakkoorden heen. Maar het is dan wel van belang dat er geen groepen mensen met beperkingen worden vergeten, en dat mensen in het dagelijks leven al op korte termijn impact gaan ervaren van de strategie. Dus: een mooie stap, maar nu doorpakken. Lees meer hierover in ons bericht Doorbraak: demissionair kabinet keurt strategie voor mensen met beperking goed.

Waarom is er gekozen voor 2040 als eindjaar voor de strategie? Dat is namelijk nog wel heel erg ver weg.

De complexe problemen waar mensen met een beperking nu tegenaan lopen, kun je niet binnen een paar jaar oplossen. Structurele veranderingen, bijvoorbeeld door middel van wetswijzigingen, kosten tijd.

Ieder(in) is daarom blij dat VWS heeft gekozen voor 2040 als streefjaar. Dat neemt natuurlijk niet weg dat mensen met een beperking al veel eerder dan 2040 de eerste veranderingen moeten gaan merken. De langjarige ambitie mag geen argument zijn om niet direct te beginnen aan het verbeteren van de situatie van mensen met een beperking.

Lees alle vragen en antwoorden terug in het document hieronder.

Deel dit bericht

Meer nieuws over