Op 15 augustus gaat het VN-comité Nederland toetsen op de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap. Het VN-verdrag Handicap is in 2016 door de Nederlandse overheid geratificeerd. Ratificeren betekent dat je je als land verplicht om de doelen van het VN-verdrag Handicap (een toegankelijke en inclusieve samenleving) te gaan realiseren. Het VN-comité in Geneve houdt hier toezicht op.
Foto van het VN gebouw in Gèneve. Aan weerszijden van een groene grasmat staan vlaggenmasten met alle vlaggen van landen in de Verenigde naties. Aan het einde van de vlaggenrij kijk je naar een geel gebouw met 2 kolommen naast de ingang.

Voor de hoorzitting op 15 augustus hebben de Nederlandse overheid, de belangenorganisaties van mensen met een beperking en het College voor de Rechten van de Mens rapportages aan het VN-comité gestuurd. Het VN-comité heeft op basis van die rapportages in 2022 vragen gesteld aan de Nederlandse overheid. Die zijn beantwoord en daarop hebben de belangenbehartigers en de toezichthouders ook hun reactie gegeven. 

En nu is het zover: op 15 augustus gaat het VN-comité in een zes uur durende hoorzitting de Nederlandse overheid bevragen op de rapportages. En op de beantwoording van de schriftelijke vragen van het Comité in Nederland. 

Delegatie van belangenorganisaties naar Genève 

Een delegatie van de belangenorganisaties waaronder Ieder(in) spreekt op 13 augustus in Genève met het VN-comité. Zij delen belangrijke onderwerpen die in de hoorzitting ter sprake moeten komen. Ook het College voor de Rechten van de Mens is op 13 augustus aanwezig. De belangenorganisaties hebben een lijst gemaakt met vragen die het comité kan stellen. Het document is in het Engels en staat onderaan dit artikel. We werken nog aan een Nederlandse versie.  

Waar gaat de hoorzitting over 

Het VN-comité stelt over bijna alle artikelen van het VN-verdrag Handicap vragen. Van onderwijs, werk, inkomen en mobiliteit, tot zorg en ondersteuning, recht op privacy, crisiscommunicatie en humanitaire noodsituaties en beleid rond dwang en drang.
We lichten er vier uit: 

 

  1. Van medisch model naar sociaal model

Het is niet de beperking die iemand gehandicapt maakt, maar de wisselwerking tussen de beperking en de ontoegankelijkheid van de samenleving. Als de maatschappij toegankelijker is, is iemand met een beperking minder gehandicapt. Zo vraagt het comité hoe de Nederlandse staat zich inzet om niet vanuit het medisch model beleid te maken maar vanuit het sociaal model. De ontoegankelijkheid in de samenleving moet worden opgelost, niet de beperking van een persoon. Denk aan de werkvloer, onderwijs, wetgeving en de openbare ruimte. In de hoorzitting moet Nederland uitleggen hoe ze dit heeft opgepakt, met welke resultaten. De ratificatie van het verdrag is immers al acht jaar geleden. 

 

  1. Decentralisatie en rechtsverschillen tussen gemeenten

Het comité maakt zich zorgen om de rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het comité wil bijvoorbeeld weten in hoeverre mensen vrij kunnen kiezen waar je wil wonen en met wie. En of er voldoende financiële ondersteuning is voor de persoonlijke assistentie van mensen met een beperking om zelfstandig in de maatschappij te leven. De verschillen tussen gemeenten moeten tot een minimum worden beperkt. Ook is het comité geïnteresseerd in de achtergestelde positie van de bijzondere gemeenten in Caribisch Nederland: Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De vraag is wanneer daar het VN-verdrag Handicap gaat gelden, want dit is nu nog steeds niet het geval.  

 

  1. Levenslange en levensbrede zorg en ondersteuning

Mensen met een beperking kunnen hun leven lang op allerlei terreinen zorg en ondersteuning nodig hebben. Denk aan school, werk, wonen, inkomen, vrije tijd en cultuur. Wet- en regelgeving voor de zorg en ondersteuning sluit niet aan bij wat er nodig is en is veel te versnipperd en complex. Hierdoor hebben mensen met een beperking vaak geen eigen regie op de inrichting van hun leven. Bovendien staat hun inkomen onder druk, door alle eigen bijdragen en extra kosten. Het comité vraagt wat Nederland doet om mensen meer eigen regie te geven en financieel te compenseren voor de eigen bijdragen. Het comité noemt dit “de-institutionaliseren”. Dat betekent dat mensen – met de juiste zorg en ondersteuning – zelfstandig kunnen leven in de maatschappij en niet in een instelling hoeven te leven.  

 

  1. Voorbehoud op artikel 12 en artikel 14

De Nederlandse staat heeft het VN-verdrag ingevoerd, met de opmerking een aantal artikelen op een eigen manier te interpreteren. Bijvoorbeeld wetgeving rondom zorg en dwang (artikel 14). Het idee is daarbij dat je mensenrechten mag schenden, als mensen tegen zichzelf, of anderen tegen hen, beschermd moeten worden. Denk aan eenzame isolatie in de jeugdzorg of GGZ. Ook heeft de overheid een voorbehoud gemaakt op artikel 12 rond ondersteuning bij het maken van eigen keuzes. Dat wordt in Nederland nog onvoldoende gefaciliteerd, waardoor mensenrechten worden geschonden. In Genève gaat het comité hier vragen over stellen.

Na de hoorzitting 

De hoorzitting is live via een livestream te volgen. We delen hiervoor de link op onze website eind juli.

Een paar weken na de hoorzitting publiceert het VN-comité haar conclusies: wat doet Nederland goed en wat zijn de zorgen? Het comité adviseert ook hoe het beter kan. Deze conclusies en aanbevelingen zijn de basis om wetten, regels en uitvoeringen te verbeteren. En worden gebruikt bij de uitvoering van de Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag

In 2025 start de volgende rapportagecyclus voor Nederland en over 4 tot 5 jaar vindt er weer een hoorzitting in Genève plaats.

Deel dit bericht

Meer nieuws over