Vanaf 1 januari 2021 gaat de Wajong veranderen. Deze verandering heet ‘de vereenvoudiging van de Wajong’.

Heb je een vraag over de veranderingen in de Wajong? Kijk hieronder of je vraag ertussen staat. Of ga naar de aparte website www.wiewatwajong.nl

 


Het Informatiepunt Wajong
Telefoon: 085 – 400 70 22
E-mail: wajong@iederin.nl

In de week van maandag 9 tot en met vrijdag 13 augustus is het Informatiepunt alleen bereikbaar via e-mail!

Meer over het Informatiepunt Wajong (je gaat naar de website WieWatWajong.nl)


Veranderingen in de Wajong

Nee, de drie huidige Wajong regelingen (Wajong, Wajong 2010 en Wajong 2015) blijven bestaan. De verschillen tussen die regelingen worden wel kleiner. Vooral als je naast je Wajong betaald gaat werken. Het maakt dan niet meer uit onder welke regeling je valt.

Om dat voor elkaar te krijgen, komen allerlei ‘oude’ regelingen te vervallen. In de ‘oude’ Wajong (van vóór 2010) vervallen de arbeidsongeschiktheidsklassen. In de Wajong 2010 worden de werkregeling en de voortgezette werkregeling geschrapt. Die zijn niet meer nodig.

Voor de meeste mensen pakken de nieuwe regels voordeliger uit dan de oude. Mocht dat niet zo zijn, dan heb je recht op een garantiebedrag om je inkomen op peil te houden. Meer informatie over het garantiebedrag vind je verderop op deze pagina.

Dat is wel de bedoeling. Voor de verrekening van je verdiensten met je Wajong uitkering gelden straks voor iedereen dezelfde regels. Die regels waren tot nu toe telkens anders voor mensen met Wajong, Wajong 2010 of Wajong 2015. Die regels waren bovendien erg ingewikkeld. Ook andere regels zijn per 1 januari 2021 gelijk voor alle mensen met Wajong. Bijvoorbeeld de regels voor studeren met Wajong en voor het stopzetten van de uitkering omdat je die niet meer nodig hebt.

Volgens de nieuwe regels wordt je recht op Wajong beëindigd als je 5 jaar lang tenminste 75% van het maatmanloon verdient, zonder dat je gebruik maakt van voorzieningen of ondersteuning. Het maatmanloon is het loon dat je zou kunnen verdienen als je geen arbeidsbeperking had. Meestal is het maatmanloon het minimumloon. Maar als je een hogere opleiding hebt afgerond, kan het maatmanloon ook hoger zijn. Het maatmanloon is namelijk het loon dat je zou kunnen verdienen als je geen arbeidsbeperking zou hebben.

  • Heb je Wajong 2010, dan is dit een hele verbetering. Voorheen werd Wajong 2010 al beëindigd als je 1 jaar tenminste 75% van het maatmanloon verdiende.
  • Heb je ‘oude’ Wajong (van vóór 2010), dan kun je er onder de nieuwe regels zelf voor kiezen om je recht op Wajong eerder te beëindigen. Voor de Wajong 2010 en 2015 gold dat al.

Is je Wajong beëindigd en verslechtert je situatie zodat je niet meer kunt werken, dan kan je Wajong herleven. Dat kon tot nu toe maar tot 5 jaar nadat de Wajong was beëindigd. Onder de nieuwe regels kan dat tot je AOW krijgt. Ongeacht hoelang dat duurt. Bovendien maakt het niet meer uit om welke reden je opnieuw uitvalt. Dat hoeft dus niet dezelfde arbeidsbeperking te zijn als waar je destijds Wajong voor kreeg.

Bij de herleving van de Wajong gelden wel dezelfde regels als voor mensen die op dat moment voor het eerst Wajong aanvragen. Je krijgt daardoor alleen opnieuw Wajong als je helemaal niet meer betaald kunt werken. Als je opnieuw Wajong krijgt, is het de Wajong volgens de nieuwe regels. Je kunt dus niet terug naar de Wajong 2010 of naar de ‘oude’ Wajong.

Deze nieuwe regeling geldt voor iedereen bij wie de Wajong na 1 januari 2016 is gestopt.

Herleving van de Wajong is lang niet altijd voordelig. Loondoorbetaling bij ziekte en daarna een WIA-uitkering levert je meestal een hoger inkomen op. Vooral als je redelijk goed verdiende. Zet de gevolgen dus eerst goed op een rijtje, voordat je bij het UWV vraagt om herleving van de Wajong!

 


Wajong en werk

Dat hangt ervan af of je werkt met of zonder loondispensatie. Loondispensatie betekent je werkgever jou per uur minder hoeft te betalen dan collega’s die het zelfde soort werk doen. Je krijgt minder betaald, omdat je door je beperking in een uur minder werk kunt verzetten dan een collega zonder arbeidsbeperking.

Daarnaast houdt het UWV er ook rekening mee of je arbeidsvermogen hebt. Of dat zo is wordt vastgesteld door het UWV.

Er zijn daardoor drie verschillende situaties.

  1. Je werkgever krijgt voor jou géén loondispensatie. Jij zelf hebt volgens het UWV wél arbeidsvermogen. In dat geval wordt 70% van je loon verrekend met je uitkering. De overige 30% dus niet. In de praktijk betekent dit dat je van elke euro die je verdient, 30 cent overhoudt.
  2. Je werkgever krijgt voor jou géén loondispensatie. Jij zelf hebt volgens het UWV géén arbeidsvermogen. In dat geval wordt 75% van je loon verrekend met je uitkering. De overige 25% dus niet. In de praktijk betekent dit dat je van elke euro die je verdient, 25 cent overhoudt.
  3. Je werkgever krijgt voor jou wél loondispensatie. In de praktijk komt dat alleen voor als je volgens het UWV wél arbeidsvermogen hebt. In dat geval wordt 70% van je loon verrekend met je uitkering. Maar omdat je werkt met loondispensatie, geldt hierbij een compensatiefactor. Die zorgt ervoor dat je er geen nadeel van hebt dat je per uur minder betaald krijgt dan een ander.
    Soms blijft je totale inkomen met deze compensatie toch nog lager dan wat je verdiend zou hebben als je geen arbeidsbeperking had gehad. In dat geval krijg je van het UWV een aanvulling tot het volledige loon dat hoort bij je functie en het aantal uren dat je werkt. Ongeacht hoe hoog dat functieloon is. In de praktijk moet je wel 32 uur of meer werken om deze aanvulling te krijgen.

De naam ‘Bremanregeling’ verdwijnt. Maar in de nieuwe regeling werkt het net zo. Dus: als je naast je Wajong uitkering werkt met loondispensatie, dan is je loon plus je uitkering samen in ieder geval even hoog als het volledige loon voor je functie en het aantal uren dat je werkt. Ongeacht hoe hoog dat loon is.

Garantiebedrag

Heb je Wajong? En heb je betaald werk of een loongerelateerde uitkering, zoals WW, Ziektewet of WIA? Op 1 januari 2021 veranderen de regels voor het verrekenen van de Wajong uitkering met je andere inkomen. Het zou kunnen dat je volgens de nieuwe regels in totaal minder geld overhoudt dan nu. Dat is niet de bedoeling. Daarom rekent het UWV uit welk bedrag je volgens de oude regels overhoudt en welk bedrag dat zou zijn volgens de nieuwe regels. Je krijgt dan vanaf 1 januari 2021 het hoogste van die twee bedragen als aanvullende Wajong-uitkering. Dat is het garantiebedrag.

Het garantiebedrag geldt zowel voor de ‘oude’ Wajong als voor de Wajong 2010.

Het maakt niet uit of je arbeidsvermogen hebt. Ook als je officieel geen arbeidsvermogen hebt, maar wel andere inkomsten naast de Wajong, kom je na 1 januari 2021 in aanmerking voor het garantiebedrag.

Er geldt een ingewikkelde berekening voor het garantiebedrag. Het UWV houdt hier allemaal rekening mee:

  • Of je betaald werk had in december 2020 én betaald werk of een loongerelateerde uitkering in januari 2021. Is dat niet zo, dan krijg je geen garantiebedrag. Een loongerelateerde uitkering is een uitkering die je krijgt omdat je daarvóór hebt verdiend. Denk aan WW, Ziektewet, WIA of (vervroegd) pensioen. Bijstand is geen loongerelateerde uitkering.
  • Hoe hoog je inkomen uit betaald werk of loongerelateerde uitkering was in de periode december 2019 – november 2020. Dat is namelijk de basis voor je aanvullende Wajong uitkering over de maand december 2020.
  • Welke Wajong uitkering je had in december 2020: ‘oude’ Wajong of Wajong 2010. De regels voor het verrekenen van inkomsten uit betaald werk verschillen namelijk per Wajong regeling.
  • Of je Wajong tot uitbetaling komt. Als je geen aanvullende Wajong uitkering kreeg in december 2020 heb je ook geen recht op het garantiebedrag voor 2021 en later.

Het garantiebedrag is belangrijk voor mensen met een ‘oude’ Wajong (van vóór 2010) of Wajong 2010 (toegekend tussen 2010 en 2015) die betaald werk hebben.

  • Heb je Wajong 2015 en heb je betaald werk, dan wordt nog tot 1 januari 2021 je volledige verdiensten verrekend met je Wajong uitkering. Vanaf 1 januari 2021 wordt nog maar 70% van je verdiensten verrekend. De nieuwe regels zijn voor Wajong 2015 én betaald werk dus een stuk gunstiger. Daarom heb je geen garantiebedrag nodig.
  • Het garantiebedrag gaat over de verrekening van je verdiensten met je uitkering. Heb je geen betaald werk of loon gerelateerde uitkering (WW, Ziektewet, WIA of vervroegd pensioen), dan heb je er verder niet mee te maken.

Nee. Het UWV maakt de berekening zelf, ook als je er niet om vraagt. Je krijgt vanzelf bericht van hen over de uitkomst van de berekening. Je kunt wel zelf in de gaten houden:

  • Of je bericht krijgt van het UWV over de verrekening van je Wajong uitkering met je andere inkomsten.
  • Of de berekening van het garantiebedrag volgens jou klopt. Zelf narekenen is erg ingewikkeld. Maar als blijkt dat je (veel) minder overhoudt in januari 2021 dan in december 2020, kan er iets misgegaan zijn. Neem dan contact op met het UWV, telefoon 088 898 92 94. Of bel het Informatiepunt Wajong van Ieder(in): 085 400 70 22 of mail naar wajong@iederin.nl.

Nee. Zolang je blijft werken en je daarmee ongeveer hetzelfde blijft verdienen, blijft het garantiebedrag hetzelfde. Het wordt alleen elk half jaar een beetje hoger, door indexatie.

Als je méér gaat verdienen, hou je het garantiebedrag, zolang je verdiensten plus de aanvullende Wajong uitkering volgens de nieuwe regels lager zouden uitvallen dan wat je onder de oude regels zou krijgen. Je krijgt dus eigenlijk een garantie dat je inkomen op peil blijft.

Als je verdiensten plus de aanvullende Wajong-uitkering volgens de nieuwe regels samen hoger uitvallen dan het garantiebedrag, dan heb je het garantiebedrag niet meer nodig. Je krijgt dan de aanvullende Wajong volgens de nieuwe regels. Dat is voor jou voordeliger.

In dat geval hou je nog een jaar lang recht op het garantiebedrag, voor het geval je inkomen uit betaald werk toch weer daalt. Een loon gerelateerde uitkering (zoals WW, Ziektewet, WIA of vervroegd pensioen) geldt daarbij ook als ‘inkomen uit betaald werk’. Heb je dus langer dan een jaar zoveel inkomen uit betaald werk (salaris, winst uit onderneming of loongerelateerde uitkering) dat je geen garantiebedrag meer nodig hebt, dan vervalt je recht op dit garantiebedrag. Ook als je na dat jaar weer minder zou gaan verdienen.

Een voorbeeld

  • Je werkt naast je Wajong uitkering 16 uur per week. Om je inkomen op peil te houden, krijg je vanaf 1 januari 2021 van het UWV een garantiebedrag.
  • Per 1 juli 2021 ga je méér verdienen. Het UWV rekent uit hoeveel aanvullende Wajong-uitkering je zou krijgen volgens de nieuwe regels. Als dat méér is dan het garantiebedrag, dan vervalt dat garantiebedrag en krijg je die (hogere) aanvullende Wajong-uitkering.
  • Stel, per 1 januari 2022 ga je weer minder verdienen, namelijk net zoveel als voorheen. Dat is binnen een jaar. Daardoor kun je opnieuw aanspraak maken op het garantiebedrag.
  • Stel, per 1 januari 2022 word je werkloos. Je krijgt WW. Die WW is zo hoog dat de WW uitkering plus de aanvullende Wajong uitkering op basis van de nieuwe regels altijd nog hoger uitvalt dan het garantiebedrag. Je krijgt dan geen garantiebedrag. Maar je houdt er nog wel recht op, mocht je inkomen toch weer lager worden. Dat wil zeggen: tot uiterlijk 1 juli 2022. Daarna niet meer. Want op die datum heb je een jaar lang zoveel inkomen gehad (uit werk of uit WW), dat je geen recht meer hebt om terug te vallen op het garantiebedrag.

In dit voorbeeld zijn we ervan uitgegaan dat de WW een half jaar of langer duurt. Dat is vaak niet zo. Stel dat je maar drie maanden WW zou krijgen (dus tot 1 april 2022) en daarna niets meer. Je inkomen valt dan negen maanden nadat het omhoog is gegaan tot bóven het garantiebedrag weer terug tot ónder het garantiebedrag. In dat geval krijg je weer keurig het garantiebedrag. De termijn van een jaar was immers nog niet voorbij. Maar let op, dat duurt niet eindeloos. Als je geen nieuw betaald werk vindt, stop het garantiebedrag na een jaar. In dit voorbeeld dus per 1 april 2023.

Ja. Als je in 2020 verdiende als zelfstandige en in 2021 ook, en je inkomen zou alleen vanwege de nieuwe regels lager uitvallen dan voorheen, dan krijg je van het UWV een garantiebedrag om je inkomen op peil te houden. Net als wanneer je in loondienst zou werken.

In principe berekent het UWV het garantiebedrag door je inkomen in december 2020 te vergelijken met je inkomen in januari 2021. Ga je er door de nieuwe regels voor de verrekening van je verdiensten op achteruit, dan krijg je van het UWV een garantiebedrag om je inkomen op peil te houden. Maar ja, als zelfstandige kunnen je inkomsten door het jaar heen heel erg wisselen. Daardoor verdien je in december of januari misschien veel meer of juist veel minder dan in andere maanden. Daarom houdt het UWV bij het bepalen van je uitkering rekening met je inkomen over een heel jaar. Je verdiensten per maand worden hiervoor gelijk gesteld met je totale verdiensten in een jaar, gedeeld door 12.

Om te bepalen of je inkomen inderdaad omlaag gaat door de nieuwe regels, moet het UWV dus je inkomen over heel 2020 vergelijken met je inkomen over heel 2021. Dan pas wordt duidelijk wat voor jou het effect is van de nieuwe regels. Je inkomen als zelfstandige is echter pas na afloop van 2021 bekend. Daarom wacht het UWV even met het berekenen van het garantiebedrag voor zelfstandigen. Dat doet het UWV pas in de loop van 2022, als alle inkomensgegevens over 2021 bekend zijn.

Het kan daarbij erg voordelig zijn als je als zelfstandige in 2021 méér verdient dan 20% van het wettelijke minimumloon. Als dat je lukt en je viel in 2020 nog onder de zogenoemde ‘voortgezette werkregeling’, dan garandeert het UWV je inkomen op 100% van dat wettelijke minimumloon, zolang je aan het werk blijft.

Als je minder gaat verdienen, wordt het garantiebedrag niet verhoogd. In totaal hou je dan dus minder inkomen over.

Krijg je een garantiebedrag, ga je minder verdienen en hou je daardoor in totaal minder over dan waar je volgens de nieuwe regels recht op hebt? Dan stopt het garantiebedrag en krijg je de hogere aanvullende Wajong uitkering volgens de nieuwe regels. Je gaat er door het garantiebedrag dus nooit op achteruit.

Als je in de laatste 36 weken voordat je werkloos werd in ieder geval 26 weken gewerkt hebt, krijg je drie maanden WW. Als je al langer aan het werk was, kan je WW-uitkering ook langer duren. Zo’n werkloosheidsuitkering is altijd lager dan wat je verdiende toen je nog werkte. Je inkomen gaat dus omlaag.

Voor het garantiebedrag telt een werkloosheidsuitkering als ‘inkomen uit betaald werk’. Zolang je WW krijgt, houd je dus op zijn minst het garantiebedrag als aanvullende uitkering vanuit de Wajong.

  • Als je WW-uitkering stopt, houd je nog een jaar lang recht op het garantiebedrag als je weer aan het werk gaat.
  • Lukt het je om binnen een jaar na afloop van de WW-uitkering nieuw betaald werk te vinden? Dan rekent het UWV voor je uit wat voor jou voordeliger is: het garantiebedrag of de aanvullende Wajong-uitkering volgens de nieuwe regels. Je krijgt dan wat jou het meeste oplevert.
  • Lukt het je pas meer dan een jaar na afloop van de WW-uitkering nieuw betaald werk te vinden? Dan krijg je een aanvullende Wajong-uitkering volgens de nieuwe regels. Je hebt dan namelijk geen recht meer op het garantiebedrag.

Je krijgt het garantiebedrag vanaf 1 januari 2021 zolang je blijft werken of een loon gerelateerde uitkering (WW, Ziektewet, WIA of vervroegd pensioen) krijgt en daarmee in totaal méér overhoudt dan je volgens de nieuwe regels zou krijgen. Het recht op het garantiebedrag stopt als je een jaar lang niet werkt en ook geen loon gerelateerde uitkering krijgt.

Een voorbeeld

  • Je werkt naast je Wajong uitkering 12 uur per week, met een tijdelijk contract van een jaar. Dat contract loopt op 1 juni 2021 af. Om je inkomen op peil te houden, krijg je vanaf 1 januari 2021 van het UWV een garantiebedrag.
  • Het lukt je niet om ander betaald werk te vinden. Daarom krijg je na afloop van je contract nog drie maanden WW, tot 1 september 2021. Het garantiebedrag loopt ondertussen gewoon door.
  • Ook na 1 september 2021 lukt het je niet om betaald werk te vinden. Je hebt dan geen inkomsten meer naast de Wajong. Het recht op het garantiebedrag stopt dan pas 12 maanden nadat je WW uitkering is gestopt. Dat is op 1 september 2022.
  • Vind je vóór die datum een betaalde baan, dan loopt het garantiebedrag gewoon door.

Overstappen

Tot 30 november 2020 kon je bij het UWV een aanvraag indienen om over te stappen van de ‘oude’ Wajong naar de Wajong 2010.

Heb je zo’n aanvraag ingediend, dan gebeurt er dit:

  • Je krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een arbeidsdeskundige van het UWV. In verband met corona kan dat ook een telefoongesprek zijn. Het kan even duren voordat je deze uitnodiging krijgt. Ze hebben het druk bij het UWV. Het gesprek kan daardoor ook begin 2021 zijn. Daar hoef je je geen zorgen over te maken, zolang je aanvraag maar op tijd was.
  • Je kunt iemand vragen om mee te gaan naar het gesprek of om mee te luisteren aan de telefoon. Twee horen meer dan éen!
  • In het gesprek vertelt de arbeidsdeskundige wat de overstap naar Wajong 2010 in jouw geval voor gevolgen heeft. Dat gaat niet alleen over geld, maar ook over je rechten en plichten, nu en in de toekomst.
  • Na het gesprek kun je alles nog eens rustig op een rijtje zetten. Je krijgt namelijk zeven dagen de tijd om te bedenken of je wilt overstappen. Je kunt er na het gesprek dus nog vanaf zien. Jij beslist.
  • Als je besluit om over te stappen, gaat die overstap altijd in per 1 december 2020. Ook als je pas begin 2021 het gesprek hebt met de arbeidsdeskundige. Het gaat dan dus om een overstap met terugwerkende kracht.

Als je betaald werk hebt naast je Wajong uitkering, dan wordt die uitkering verrekend met je inkomen. Verdien je meer dan 20% van het minimumloon, dan is die verrekening volgens de regels van de Wajong 2010 veel voordeliger dan volgens de regels van de ‘oude’ Wajong. In de Wajong 2010 kom je namelijk in de voortgezette werkregeling.

  • De voortgezette werkregeling houdt in dat het UWV je inkomen aanvult tot het minimumloon, als je meer dan 20% van dat minimumloon verdient.
  • Als je al een Bremanregeling hebt, dan neem je die mee naar de Wajong 2010. De Bremanregeling houdt in dat het UWV je inkomen kan aanvullen tot maximaal 120% van het minimumloon. Om hiervoor in aanmerking komen, moet je aan alle vier de volgende eisen voldoen: (1) je verdient ten minste 20% van het minimumloon, (2) je bent 27 jaar of ouder, (3) je hebt een jobcoach en (4) je werkgever krijgt loondispensatie. Je werkgever krijgt loondispensatie als je meer uren werkt dan je betaald krijgt, omdat je door je arbeidsbeperking minder productief bent.

Per 1 januari 2021 vervallen de voortgezette werkregeling en de Bremanregeling. Er komt een heel andere regeling voor het verrekenen van je inkosten en je uitkering voor in de plaats. Maar als je op 1 december 2020 al gebruik maakte van deze regelingen, dan behoud je je ‘oude’ rechten. Je hebt dan recht op een garantiebedrag om je inkomen op peil te houden, zolang je blijft werken.

Om in aanmerking te komen voor dat garantiebedrag, moet je officieel wel al op 1 december 2020 onder de regels van de Wajong 2010 vallen. Desnoods met terugwerkende kracht. Om er zeker van te zijn dat je na 1 januari 2021 onder de regeling valt die voor jou het meest gunstig is, loont het dus de moeite om een aanvraag in te dienen om over te stappen naar de Wajong 2010 en hierover het gesprek aan te gaan met de arbeidsdeskundige van het UWV.

Overstappen van de ‘oude’ Wajong naar de Wajong 2010 is alleen voordelig als je met betaald werk meer dan 20% van het minimumloon verdient. Als je minder dan 20% van het minimumloon verdient, dan kan de overstap zelfs nadelig uitpakken. Dan kun je dus beter niet overstappen. Gelukkig is overstappen niet verplicht. Ook niet als je die overstap zelf hebt aangevraagd. Na het gesprek met de arbeidsdeskundige van het UWV krijg je zeven dagen bedenktijd. Als blijkt dat je erop achteruit zou gaan, dan kun je dus alsnog besluiten om niet over te stappen.

Dat hangt ervan af.

  • Als je een uitkering krijgt op grond van de Wajong 2010 en je hebt arbeidsvermogen, dan kan in je re-integratieplan de verplichting worden opgenomen om een concreet aanbod van passend betaald werk te accepteren. Je kunt immers (gedeeltelijk) werken en er ligt een baan voor je klaar, die kun je dan niet zomaar weigeren. Doe je dat toch, dan kan het UWV je uitkering tijdelijk verlagen, als ‘financiële maatregel’. Dat kan het UWV ook doen als je andere afspraken uit het re-integratieplan niet nakomt. Maar je verliest hierdoor niet je recht op Wajong.
  • Als je geen arbeidsvermogen hebt, dan kun je nooit verplicht worden om passende arbeid te accepteren.

Nee. De regels voor het beëindigen van de Wajong worden vanaf 1 januari 2021 voor iedereen gelijk. Het maakt daarvoor dus niet uit of je dan nog onder de ‘oude’ Wajong valt of onder de Wajong 2010.

Studeren

Ja, dat kan. De oude, beperkende regelingen voor studeren met Wajong zijn allemaal al per 1 september geschrapt. Vanaf die datum gelden de nieuwe, ruimere regelingen voor studeren met een Wajong uitkering.

  • Heb je ‘oude’ Wajong (van vóór 2010) of Wajong 2010, dan kun je gaan studeren zonder dat er gekort wordt op je uitkering. Heb je arbeidsvermogen, dan bedraagt je uitkering 70% van het wettelijke minimumloon. Het je geen arbeidsvermogen, dan bedraagt je uitkering 75% van het wettelijk minimumloon. Dat is vooral een grote verbetering voor studenten met Wajong 2010. Zij kregen tot 1 september 2020 maar een uitkering van 25% van het minimumloon.
  • Heb je Wajong 2015, dan kun je gaan studeren zonder dat je uitkering komt te vervallen. Je krijgt alleen Wajong 2015 als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent. De uitkering bedraagt 75% van het minimumloon. Dat blijft zo, ook als je gaat studeren. Dat is een grote verbetering. Tot 1 september 2020 kon je niet studeren met Wajong 2015. De uitkering werd dan afgewezen of ingetrokken. Dat is nu niet meer zo. Doorleren naar vermogen is voor iedereen belangrijk, ook als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent.

Tot 1 september 2020 was dat inderdaad de regel bij nieuwe aanvragen voor de Wajong 2015. Je moest kiezen: óf Wajong, óf studeren. Dat is nu niet meer zo. Je kunt dus alsnog Wajong aanvragen. Die krijg je overigens alleen als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent.

Dat was vroeger wel zo. Maar sinds 1 september 2020 is dat niet meer zo. Volgens de nieuwe regels kun je gewoon gaan studeren met een Wajong uitkering. Dus als je aan de voorwaarden voldoet, kun je een Wajong uitkering aanvragen en je vervolgens aanmelden voor een studie. Of andersom. Bij een nieuwe aanvraag gelden wel de regels van de Wajong 2015. Je krijgt zo’n uitkering alleen als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent.

Al sinds 2015 geldt als regel dat alléén mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn in aanmerking komen voor Wajong. Als je Wajong aanvraagt, zal de gemeente eerst laten beoordelen of dat zo is. Blijkt uit die ‘beoordeling arbeidsvermogen’ dat je inderdaad nog wel gedeeltelijk kunt werken, dan krijg je geen Wajong.

Maar ja, door je arbeidsbeperking kun je niet bijverdienen naast studiefinanciering, zoals andere studenten wel kunnen. Kom je daardoor financieel in de problemen, klop dan aan bij de gemeente. Mogelijk kom je in aanmerking voor een individuele studietoeslag (IST), vanuit de Participatiewet. Die krijg je alleen als uit de ‘beoordeling arbeidsvermogen’ blijkt dat je inderdaad met arbeidsbeperkingen te maken hebt.

Voor verdienen naast je Wajong uitkering maakt het niet uit of je er ook nog bij studeert. De oude regels voor bijverdienen in de studieregeling van de Wajong 2010 zijn namelijk al per 1 september 2020 geschrapt. Sindsdien gelden voor jou dezelfde regels als voor iedereen die betaalt werk heeft naast een Wajong uitkering. In de praktijk levert elke euro die je bijverdient je 30 cent aan extra inkomen op (als je arbeidsvermogen hebt) of 25 cent (als je geen arbeidsvermogen hebt). Hierboven, onder het kopje ‘Wajong en werk’ lees je meer over die regels.

Werken als zelfstandige

Vanaf 1 januari 2021 gebeurt dat in principe op dezelfde manier als bij mensen die in loondienst werken.

  • Heb je arbeidsvermogen, dan wordt 70% van je verdienste verrekend met je uitkering. De overige 30% dus niet. In de praktijk betekent dit dat je van elke euro die je verdient, 30 cent overhoudt.
  • Heb je geen arbeidsvermogen, dan wordt 75% van je verdienste verrekend met je uitkering. De overige 25% dus niet. In de praktijk betekent dit dat je van elke euro die je verdient, 25 cent overhoudt.

Als zelfstandige heb je meestal wisselende inkomsten. Daarom berekent het UWV niet elke maand hoeveel er met je uitkering verrekend moet worden. Je geeft aan het begin van het jaar door aan het UWV hoeveel winst je in dat jaar denkt te gaan maken. Het UWV deelt dit bedrag door 12 en verrekent dit als maandinkomen met je Wajong uitkering. Die uitkering krijg je dan als voorschot. Na afloop van het jaar stuur je je jaarrekening naar het UWV. Het UWV rekent dan uit hoeveel Wajong uitkering je had moeten krijgen op basis van je werkelijke winst. Als dat méér is dan wat je per maand kreeg, dan krijg je een nabetaling. Is het minder dan wat je per maand kreeg, dan moet je een deel van je Wajong uitkering terugbetalen.

Als je werkt als zelfstandige, moet je inkomstenbelasting betalen over je verdiensten. Dat kan op twee manieren, afhankelijk van je situatie.

  • Ofwel je geeft je verdiensten als zelfstandige aan als ‘inkomsten uit overige werkzaamheden’. Je moet dan een eenvoudige boekhouding bijhouden, waarin je je verdiensten op een rijtje zet, net als de kosten die je maakt voor je werk als zelfstandige. Die kosten mag je (beperkt) verrekenen met je inkomsten.
  • Ofwel je geeft je verdiensten als zelfstandige aan als ‘winst uit onderneming’. Dat mag alleen als je ook echt ondernemer bent. Dat moet blijken uit je presentatie (inschrijving Kamer van Koophandel, bedrijfsnaam, logo, briefpapier, website, enzovoorts) en uit het feit dat je ondernemersrisico loopt (bijvoorbeeld dat je klanten niet betalen). Het maakt daarbij niet uit hoeveel tijd je in je onderneming steekt. Je kunt ook ondernemer zijn als je bijvoorbeeld maar een dag in de week werkt. Voor ondernemers gelden ruimere regels voor het verrekenen van kosten dan bij inkomsten uit overige werkzaamheden. Maar de Belastingdienst stelt hoge eisen aan het ondernemerschap. Kun je niet aan die eisen voldoen, dan ben je voor de Belastingdienst geen ondernemer en moet je je verdiensten opgeven als ‘inkomsten uit overige werkzaamheden’.

Je aanvullende Wajong uitkering staat (als het goed is) al ingevuld op je online aangifte inkomstenbelasting. Check wel even of de bedragen kloppen met het jaaroverzicht dat je van het UWV hebt gekregen.

Vergeet niet om ‘Ja’ aan te vinken bij het onderdeel ‘Wajong’ onderaan op het tabblad ‘Inkomsten’. Dat mag ook als je in de praktijk geen Wajong uitkering kreeg, maar wel recht had op voorzieningen vanuit de Wajong. Of als je een ‘slapend’ Wajong recht hebt, dat alleen maar niet tot uitbetaling komt omdat je inkomsten als zelfstandige te hoog zijn. Dit vinkje levert je een belastingvoordeel op van ruim € 700!