Afgelopen week heeft de Tweede Kamer de Participatiewet met een aantal belangrijke amendementen en moties aangenomen, waaronder de motie Voortman en Karabulat om de Participatiewet te toetsen aan het VN-Verdrag. Ook heeft de staatssecretaris belangrijke toezeggingen gedaan. Verwachting is dat de wet vlot door de Eerste Kamer zal komen. Ieder(in) is positief over een aantal verbeteringen. Desalniettemin blijft het een wet met kopzorgen.
Man aan het werk in fietsenstalling

Ieder(in) is positief over de verbeteringen voor de nieuwe jonggehandicapten die te maken gaan krijgen met de Participatiewet. Voor mensen met een medische urenbeperking loont werken in de bijstand en er komt een studieregeling. Opgeteld met het Akkoord van 3 februari brengt de Participatiewet op veel belangrijke punten verbetering (zie onderaan dit bericht). Ondanks dat maakt Ieder(in) zich grote zorgen over de gevolgen van de nieuwe wet.

125.000 banen

Grootste zorg blijft: gaan de 125.000 garantiebanen er wel komen? Hebben de gemeenten en het UWV voldoende geld beschikbaar om de noodzakelijke werkvoorzieningen, zoals de jobcoach, no-risk polis en werkplekaanpassingen te kunnen bieden? Is het voor werkgevers economisch haalbaar om banen te kunnen realiseren?

Oneerlijke concurrentie

Er zullen heel lastige keuzes gemaakt moeten worden over wie er wel en niet instromen in de garantiebanen. Het risico is groot dat er oneerlijke concurrentie optreedt tussen verschillende groepen: tussen Wajongers bij het UWV, mensen op de wachtlijst voor de SW bij gemeenten, oude en nieuwe groepen, Nuggers en arbeidsgehandicapten die binnen of buiten de groep voor de baangaranties vallen.

De eerste jaren hebben de huidige Wajongers en de mensen op de wachtlijst SW voorrang voor de garantiebanen. Als zij een baan hebben, dan bespaart dat kosten op uitkeringen. Deze opbrengsten moeten ingezet worden voor andere groepen. Vooral vanuit de regio’s en landelijk vanuit Ieder(in) moet erop worden ingezet om alle groepen eerlijke kansen te bieden. Ook de Tweede Kamer blijft dit nauwgezet volgen.

Herkeuringen

Vanaf 2015 gaat het UWV alle Wajongers herbeoordelen op hun werkvermogen. Hoe de herbeoordeling gaat plaatsvinden, moet voor de zomer duidelijk zijn. Ieder(in) vindt dat alleen die mensen herbeoordeeld moeten worden als nu in hun dossier niet bekend is of ze wel of niet kunnen werken. Bovendien moet er een reële kans bestaan op een baan.

Als een Wajonger kan werken gaat de Wajonguitkering vanaf 1 januari 2018 omlaag van 75% naar 70% wettelijk minimumloon. Om inkomen te kunnen aanvullen is het vinden en behouden van een baan dus van groot belang.

Verbeteringen

Nadelige gevolgen van het Sociaal Akkoord gedeeltelijk hersteld

Vooral dat alle Wajongers bij het UWV blijven, ook wanneer zij na de herkeuring werkvermogen hebben, is winst. Ondanks dat er een verlaging van de uitkering voor hen inzit vanaf 2018 (van 75% naar 70% van minimumloon). Zonder de grote druk van vooral de Wajongers en arbeidsgehandicapten zelf en hun gezamenlijke belangenorganisaties was dit niet gelukt en zou ‘een enkeltje bijstand’ realiteit geworden zijn.

Studieregeling

Voor mensen met een arbeidsbeperking in de bijstand komt er een studieregeling. Gemeenten krijgen de mogelijkheid een individuele studietoeslag te verstrekken aan mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.
Voorwaarde is dat ze minimaal 18 jaar oud zijn, recht hebben op studiefinanciering of WTOS en geen vermogen hebben. Voor deze regeling wordt in 2015, €6 miljoen beschikbaar gesteld, oplopend tot, €35 miljoen structureel.

Werk gaat ook lonen voor mensen met medische urenbeperking

Mensen die door een medische urenbeperking minder kunnen verdienen dan het bijstandsniveau krijgen een vrijlating van 15 procent van het zelf verdiende inkomen, met een maximum van, €124 per maand. Hiermee regelt de Kamer dat ook voor deze groep werken loont.

Motie samenhang en versterking medezeggenschap sociaal domein

Er is een motie aangenomen van D66 om de mogelijkheden te onderzoeken voor een integrale wet medezeggenschap. Vraag is of de samenhang, integratie en wettelijke positie van de verschillende cliëntenraden in het brede sociale domein versterkt kan worden. (Wmo-raden, WWB raden, gecombineerde Participatieraden). Deze motie lag op de plank vanaf het Wwnv debat onder kabinet Rutte I.

Economisch zwakke regio’s

Staatssecretaris Klijnsma heeft toegezegd dat bij de verdeling van de financiële middelen voor gemeenten en de sociale werkvoorziening meer rekening wordt gehouden met het aantal arbeidsgehandicapten en de opnamecapaciteit van de regionale arbeidsmarkt. Zonder aanpassingen komen de economisch zwakkere regio’s als Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg in zware financiële problemen. Het kabinet stelt geen extra geld beschikbaar maar gaat het geld anders verdelen.

Meer informatie

Overzicht ingediende moties en amendementen (website Tweede kamer)

Deel dit bericht

Meer nieuws over