Uit Nibud-onderzoek blijkt dat huishoudens met een minimuminkomen en hoge zorgkosten maandelijks tientallen euro’s (of zelfs meer) tekortkomen. Dat geldt ook voor jongeren van 18 tot 21 jaar met een bijstandsuitkering. De landelijke overheid en gemeenten moeten maatregelen nemen om de bestaanszekerheid bij deze groepen te verbeteren om schrijnende situaties te voorkomen.
portomenee met vijf euro en een paar euromunten

5 jaar armoedebeleid schiet tekort

Het Nibud deed onderzoek naar 5 jaar armoedebeleid in gemeenten. Uit dat onderzoek komen 4 huishoudtypen naar voren, die niet de inkomensondersteuning krijgen die ze nodig hebben om rond te komen. Dit zijn:

  • Jongeren tot 21 jaar met bijstandsuitkering of minimumloon.
  • Stellen met een bijstandsuitkering met twee of meer kinderen van 12 jaar en ouder.
  • Mensen met een minimuminkomen en hoge zorgkosten.
  • Mensen met een flexibel inkomen.

In theorie komen deze huishoudens tientallen euro’s per maand te kort. Maar in de praktijk gaat het vaak om hogere bedragen, omdat huishoudens niet alle toeslagen krijgen en/of hogere uitgaven hebben.

Betere inkomensondersteuning nodig

Verhoog de bijstand en het minimumjeugdloon en zorg voor een beter en gericht systeem van inkomensondersteuning, zijn de aanbevelingen van het Nibud. Volgens het Nibud is voor mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten een versimpeling van het bestaande systeem nodig en moet de gemeente zorgen voor een goed aanvullend pakket aan tegemoetkomingen. Nu zijn er nog veel verschillen tussen gemeenten. Voor jongeren van 18 tot 21 jaar en voor huishoudens met kinderen van 12 jaar en ouder moet de bijstand verhoogd worden.

Herkenning situatie door Ieder(in) en in VN-schaduwrapportage

Ieder(in) herkent de uitkomsten van het onderzoek. Stapeling van eigen bijdragen en eigen betalingen voor zorg leidt voor veel mensen in haar achterban tot financiële problemen. Ook uit de schaduwrapportage van het VN-Verdrag blijkt dat de bestaanszekerheid van mensen met een beperking de afgelopen jaren is verslechterd. Het aandeel mensen met een beperking dat in 2009 in armoede leefde en risico liep op sociale uitsluiting was 19,5%. Dat aandeel groeide in 2016 naar 24,6%. De werkloosheid onder deze groep is verder toegenomen en is nog steeds meer dan de helft hoger dan onder mensen zonder beperking. De Participatiewet heeft niet gewerkt. De onzekerheid rond contracten is gegroeid en hun inkomenspositie is verslechterd.

Daarom is het belangrijk dat het inkomen en de inkomensondersteuning verbetert en er een maximum gesteld wordt aan zorgkosten. En voor jongeren met een beperking of chronische ziekte geldt dat een uitkering voor 18-jarigen echt onvoldoende is om met begeleiding ‘op zichzelf’ te gaan wonen. Terwijl dat soms echt nodig is: voor de ontwikkeling van de jongere, maar ook voor overbelaste ouders/mantelzorgers.

Download vanaf de website van het Nibud het rapport Analyse vijf jaar armoedebeleid in 80 gemeenten (pdf)

 

 

Deel dit bericht