Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften ervaren méér sociale inclusie in het reguliere onderwijs dan in het speciaal onderwijs, maken méér vrienden (waarvan meer in dezelfde buurt wonen) en lijken minder eenzaam te zijn. Gedragseconoom Jana Vyrastekova van de Radboud Universiteit heeft een nieuw onderzoek naar sociale inclusie van deze kinderen gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift PLOS ONE. Ieder(in) droeg samen met de Patiëntenfederatie en MIND bij aan het verzamelen van de data voor dit onderzoek.

De ervaring van kinderen centraal

In haar onderzoek werd aan de ouders van leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte gevraagd hoe ze de inclusie van hun kinderen op school zouden beoordelen. De ouders gaven ook informatie over waar hun kinderen vrienden maken en hoe eenzaam ze lijken te zijn, zowel op school als thuis. Eerder onderzoek richtte zich vooral op observaties van gedrag, zoals het tellen van sociale interacties van leerlingen in de loop van een dag. Daardoor werden de verschillen tussen leerlingen met verschillende sociale behoeften en gedragen uitvergroot. In dit onderzoek staat juist de subjectieve ervaring van kinderen (en ouders) centraal.

Inclusief onderwijs van grote waarde

Ieder(in) droeg samen met de Patiëntenfederatie en MIND bij aan het verzamelen van de data voor dit onderzoek, door een digitale vragenlijst te verspreiden. De publicatie laat zien dat inclusief onderwijs van grote waarde is voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte en andere leerlingen. Naar school gaan in de eigen buurt is daar een belangrijk onderdeel van.

Regulier en speciaal groeien naar elkaar toe

In onze position paper over inclusief onderwijs leggen we uit waarom inclusief onderwijs goed is voor kinderen met een beperking of chronische ziekte. Samen naar school gaan, legt de basis voor wederzijdse acceptatie en levenslang meedoen.

Ga naar het onderzoek van Jana Vyrastekova van de Radboud Universiteit naar sociale inclusie.

De publicatie zelf is terug te vinden op deze Engelstalige pagina van PLOS ONE.

Deel dit bericht