Ieder(in) gebruikt cookies voor Google Analytics en het onthouden van instellingen als contrast en lettergrootte.

Ja, ga verder

12 mrt 2014

Wet langdurige zorg: een eerste overzicht van de gevolgen

Staatssecretaris Van Rijn (VWS) heeft de Wet langdurige zorg (Wlz) op 10 maart naar de Tweede Kamer gestuurd. De Wlz gaat de AWBZ vervangen en is bedoeld voor de meest kwetsbare mensen die permanent zorg nodig hebben. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2015 van kracht wordt. Een eerste reactie van Ieder(in) plus een korte uitleg over de belangrijkste punten uit de wet.

Vergeleken met de eerdere plannen kent de wet enkele belangrijke verbeteringen. Zo wordt het CIZ volledig verantwoordelijk voor de indicatie. De onafhankelijke indicatiestelling waarvoor Ieder(in) steeds heeft gepleit, is daarmee veiliggesteld. Tot op heden was het CIZ wel verantwoordelijk, maar konden instellingen digitaal een indicatie aanvragen voor cliënten en controleerde het CIZ de aanvraag. Vanaf 2015 zal het CIZ zelf het hele indicatietraject weer verzorgen en vinden er zogenaamde face-to-face gesprekken plaats. De indicaties die vanaf 2015 worden gegeven zijn in principe levenslang geldig.

Verder is het ook goed nieuws dat de bestaande systematiek van zorgzwaartepakketten in grote lijnen blijft bestaan. Het opnieuw op de schop nemen van de ZZP-systematiek had veel onzekerheid betekend voor zowel de bestaande cliënten als de aanbieders. Dat is nu gelukkig voorkomen.

Bestaande budgetafspraken voor pgb-ers worden gerespecteerd. Dat betekent dat mensen met budgetgarantie in het kader van wooninitiatieven of de oude budgetgarantieregeling van voor 2011, hun huidige pgb (persoonsgebonden budget) behouden. Dat is goed nieuws voor bewoners van ouderinitiatieven, Herbergiers en Thomashuizen.

Naast deze positieve punten ziet Ieder(in) in de Wlz ook nog punten van zorg.

In het wetsvoorstel staat dat de cliënt ‘onherroepelijke toestemming’ verleent voor de verwerking van zijn (bijzondere) persoonsgegevens en voor de doorbreking van het medisch beroepsgeheim. Hierdoor heeft het CIZ voor de indicatie niet opnieuw toestemming nodig van de cliënt om medische gegevens op te vragen. In het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vindt Ieder(in) deze stap te groot. De cliënt moet altijd het recht hebben om opnieuw toestemming te verlenen.

Een ander zorgpunt is de samenhang tussen de Wlz en de Zvw. Mensen die in een instelling wonen (Wlz), krijgen de kosten voor huisarts, tandarts enz. ook via de Wlz vergoed. Het is echter onduidelijk hoe dit verrekend gaat worden met de Zvw. Deze mensen zijn immers ook verzekerd via de Zvw. Dit kan leiden tot onduidelijkheid, waardoor mensen niet de passende zorg en ondersteuning krijgen. Ieder(in) pleit dan ook voor aanscherping van de afbakening tussen Wlz enerzijds en de Wmo en Zvw anderzijds.



Belangrijke punten uit de Wet langdurige zorg 
Binnenkort publiceert Ieder(in) een factsheet Wet langdurige zorg. Daarin staat nadere uitleg over de Wlz, verduidelijkt aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Vooruitlopend hierop vindt u hieronder alvast een korte uitleg over de belangrijkste punten uit de nieuwe wet.

Algemeen
De Wlz sluit aan op de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Wlz garandeert passende zorg en een veilige woonomgeving. Wanneer dat in de thuissituatie niet langer gaat, dan is er altijd plek in een instelling.
De Wlz is bedoeld voor mensen die vanwege een (somatische of psychogeriatrische) aandoening of een (verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke) beperking een blijvende behoefte hebben aan permanente toezicht en zorg. De wet vervangt de AWBZ en streeft die op een aantal belangrijke punten voorbij, omdat:

  • De indicatie wordt wettelijk geregeld (is nu lagere regelgeving);
  • De zorgplanbespreking wordt wettelijk vastgelegd, het gesprek over inzet van mantelzorgers tijdens de zorgplanbespreking is verplicht gesteld;
  • Het ‘persoonsgebonden budget’ (pgb) en het ‘Volledig Pakket Thuis’ (VPT) worden als volwaardige leveringsvormen in de wet vastgelegd, waardoor de keuzevrijheid van de cliënt wordt versterkt;
  • Cliënten in de Wlz hebben recht op een plek in een instelling, maar thuis (blijven) wonen kan ook. Voorwaarden daarvoor zijn dat het verantwoord is en de kosten niet hoger zijn dan de opname in een instelling.


Extramuralisering
Al eerder is de zogenaamde extramuralisering ingezet. Dat betekent dat mensen die voor het jaar 2013 nog een indicatie op basis van een laag zorgzwaartepakket(ZZP) zouden krijgen, vanaf 2013 geen verblijfsindicatie meer krijgen. Er zijn echter nog veel mensen die op basis van oudere regelgeving een laag ZZP hebben.

Overgangsrecht
Mensen die op dit moment in een instelling verblijven, behouden het recht om in de instelling te blijven wonen. Mensen die thuis wonen met een licht ZZP, krijgen een jaar de tijd (tot 1 januari 2016) om een keuze te maken voor de Wlz of Wmo. Als men er voor kiest om alsnog te gaan wonen in een instelling, valt men onder de Wlz. Kiest men ervoor om thuis te blijven wonen, dan valt men onder de Wmo.
Hier raken we meteen een probleem aan. Instellingen hebben geen mogelijkheden meer om uit te breiden, sterker: er zijn juist afspraken gemaakt om tot beddenreductie te komen. Dat zal betekenen dat het lastig wordt voor de groep mensen met een laag ZZP die nu nog thuis woont, om de keuze te maken naar de instelling te verhuizen. In het overgangsrecht staat nu dat als er (nog) geen plek in een instelling is er dan sprake is van overbruggingszorg, dit kan in VPT of pgb.

In het kader van de overgangssituatie tussen AWBZ en Wlz ziet het overgangsrecht er als volgt uit:

  • Mensen met extramurale indicatie of GZZ-verblijfsindicatie en een deel van de 18-minners gaan naar Wmo, Zvw en Jeugdwet.
  • Mensen die hoge ZZP-indicatie hebben, gaan naar de Wlz. Mensen met een lage ZZP-indicatie die in een instelling wonen, gaan naar Wlz.
  • Mensen met lage ZZP-indicatie die thuis wonen, mogen een jaar kiezen of zij alsnog geplaatst willen worden in instelling (dus Wlz) of dat zij over gaan naar Wmo.
  • Na 1 januari 2016 geldt: thuis wonen = Wmo/Zvw; in een instelling wonen = Wlz.
  • Gemeente blijft verantwoordelijk voor zorg zolang een Wlz-indicatie niet is afgegeven. Indien een Wlz-indicatie is afgegeven, maar er is geen fysieke plek in woonvorm, zal VPT als overbruggingszorg geleverd worden.

Mantelzorg- en cliëntondersteuning
Cliënten met een Wlz-indicatie hebben recht op een integraal pakket aan Wlz-zorg. Dit pakket voorziet niet in sociaal vervoer en mantelzorgondersteuning. Hiervoor kan, ook met een Wlz-indicatie, een beroep worden gedaan op de Wmo 2015. Ook opvoedingsondersteuning maakt geen deel uit van het verzekerde Wlz-pakket. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op gemeenten in het kader van de Jeugdwet.

Daarnaast is de gemeente als eerste verantwoordelijk voor ondersteuning en advies in het kader van cliëntenondersteuning ook voor mensen met een Wlz-indicatie. De wijze waarop dit advies/ ondersteuning wordt uitgevoerd, zal nader worden uitgewerkt. Ieder(in) vindt het belangrijk dat ook mensen met een Wlz-indicatie een beroep kunnen doen op onafhankelijke cliëntenondersteuning.


Meer over langdurige zorg (u gaat naar Thema's)
Meer landelijk nieuws
Terug naar home