Ieder(in) gebruikt cookies voor Google Analytics en het onthouden van instellingen als contrast en lettergrootte.

Ja, ga verder

29 mrt 2016

Plooien, duwen en trekken voor het VN-verdrag

groep anonieme mensen

De Tweede Kamer stemde in januari in met het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap. Het was het voorlopige hoogtepunt van een intensieve lobby door de Alliantie, een breed samenwerkingsverband van PG-organisaties. We spreken met een betrokken directeur, Aline Saers van Per Saldo, en een inhoudelijk specialist, Nienke van der Veen van Ieder(in), over deze lobby op het scherpst van de snede. “We zetten de oude denktrant op z’n kop.” 

Nederland wordt met dat verdrag in de hand toegankelijker en inclusiever. Maar het had veel voeten in de aarde. Tot het laatste moment bleef het spannend of het verdrag en wijzigingsvoorstellen ongeschonden de eindstreep zouden halen. En tijdens de heftige Kamerdebatten in december en januari was nog veel duw- en trekwerk nodig om de parlementariërs op het juiste spoor te houden. 

Waarom lobbyen voor een verdrag waar niemand iets op tegen kan hebben? 
Nienke: ‘De meeste Kamerleden stonden zeer positief tegenover het verdrag. Prachtig hoe ze tijdens de debatten het belang van mensenrechten voor personen met een beperking benadrukten en verbonden met hun eigen principes. Dat waren soms heel persoonlijke verhalen. Tegelijkertijd moesten we grote weerstand overwinnen. Er was bij sommige fracties veel angst dat het toegankelijk maken van Nederland de ondernemers veel geld zou gaan kosten. In dat opzicht hadden we te maken met een machtige tegenlobby, vooral uit de werkgevershoek.’  

Aline: ‘Een belangrijk amendement dat werd ingebracht, draaide het denken om: toegankelijkheid wordt de norm, ontoegankelijkheid de uitzondering. Dat wekte weerstand. Het VN-verdrag gaat niet over gunsten, maar over rechten. We kregen dan ook reacties als: ”Je moet niet alles willen, we doen al zoveel voor mensen met een beperking.’’ Die oude denktrant zetten we op z’n kop. We moeten nu echt denken en handelen vanuit de rechten van mensen met een beperking. In hun werk moeten gemeenten, instellingen en bijvoorbeeld scholen, winkeliers en sportclubs uitgaan van die rechten.’ 

Hoe werd de lobby geboren?
Nienke: ‘We begonnen op tijd en we bundelden onze krachten. In 2013 kwamen we samen in een Alliantie, bestaande uit de LFB, Landelijk Platform GGz, Per Saldo, Ieder(in) en de Coalitie voor Inclusie. Zo konden we een vuist maken. Je moet voorkomen dat je tegen elkaar wordt uitgespeeld.’

Aline: ‘Ja, dat was een gouden greep. Ook voor welwillende Kamerleden is het prettig als ze met een gezamenlijk standpunt te maken hebben. En niet met een waaier aan organisaties die elkaar proberen af te troeven op deelbelangen of allemaal verschillende brieven sturen. Wel moet je binnen zo’n Alliantie elkaar heel goed geïnformeerd houden. Blijven overleggen. We waren in het begin dagen met elkaar aan het bellen. Constant werken aan vertrouwen en gedeelde standpunten.’

Welke argumenten telden? 
Aline: ‘Sommige fracties, zoals de VVD, zagen het heil vooral komen van zelfregulering. De maatschappij lost het zelf wel op, was de redenering. Dat hebben we met argumenten weten te weerleggen. Nederland volgde de weg van zelfregulering al twintig jaar zonder goede resultaten. In het verleden waren er wel impulsen vanuit de overheid, maar dat mocht allemaal niet baten. We zijn achterop geraakt wat toegankelijkheid betreft. Zeker in vergelijking met Duitsland en de VS. En zelfs in sommige minder ontwikkelde is het beter geregeld. We kwamen met de feiten en daarmee wonnen we een belangrijk onderdeel van discussie.’

Nienke: ‘Op het juiste moment met de goede argumenten en feiten komen, dat is essentieel voor een goede lobby. We gaven veel voorbeelden van landen die al eerder ratificeerden. Wat zijn hun successen, waar liepen ze tegenaan bij de uitvoering? Dan is het weer een voordeel dat Nederland één van de laatste ratificerende Europese landen is. We lieten zien hoe de plannen van aanpak er in andere landen uit zien: veel uitgebreider dan het Nederlandse plan. De Tweede Kamer nam gelukkig een motie aan waarin staat dat er nu een gedegen plan van aanpak moet komen.
Ook wisten we bijna de hele Kamer ervan te overtuigen dat het met de kosten en gedoe voor ondernemers zo’n vaart niet zou lopen. We hebben het nog altijd over heel redelijke maatregelen die geleidelijk worden doorgevoerd. Het is niet zo dat een bakker zijn gevel eruit moet slopen voor gehandicapten. We lieten zien wat toegankelijkheid in realiteit wél betekent.’

Tegenslagen? 
Aline: ‘Ik ben gewend te lobbyen. Ik speel dat spel vaak. Soms krijg je een flinke klap op je kop. Bij deze lobby hebben we ook wat blauwtjes gelopen. Bijvoorbeeld in ons contact met werkgeversorganisatie VNO-NCW. We hadden een slecht gesprek met hen. Na afloop hebben we onze wonden echt even moeten likken. We kregen helemaal niets gedaan bij ze, terwijl we dachten dat we heel redelijk waren.’

Nienke: ‘De houding van de werkgevers had een sterke weerslag op de standpunten van sommige politieke partijen. Die schaarden zich niet achter het zo belangrijke amendement over algemene toegankelijkheid - omdat de werkgevers tegen waren. Jammer, maar het amendement kwam er toch doorheen.’ 

Tips voor de lobbyist?
Nienke: ‘Hou constant druk op de ketel. Doorslaggevend was de combinatie van maatschappelijke druk en het achter de schermen lobbyen. De jongerenbeweging ‘Wij staan op!’ voerde een energieke Twittercampagne gelijktijdig met het lobbywerk. We merkten dat die tandem goed werkt.’

Aline: ‘Realiseer je dat lobbyen een kwestie van de lange adem is. Je moet geduld hebben en volhouden want er wordt vaak geschorst en uitgesteld. Steeds maar weer naar de Tweede Kamer. Voor sommige mensen uit onze achterban was dat een enorme inspanning.

Uitgelobbyd?
Nienke: ‘Klaar zijn we niet. Nu komt het aan op de uitvoering bij ministeries, gemeenten, organisaties en in de samenleving. Dat wordt nog een flinke klus. Daar moet nog de nodige overtuigingskracht tegenaan.’

Aline: ‘We gaan voorkomen dat de overheid zegt dat ze klaar is met de wetgeving en vervolgens achterover leunt. We houden de druk erop.’ 

 

Dit interview is geschreven voor de L(in)k Relaties, kwartaalnieuwsbrief van Ieder(in). Ook de L(in)k Relaties ontvangen? Meld u hier aan