Ieder(in) gebruikt cookies voor Google Analytics en het onthouden van instellingen als contrast en lettergrootte.

Ja, ga verder

14 aug 2017

Vijf gemeenten krijgen groen licht voor bijstand-experiment

Geldflappen en muntstukken

Minder regeltjes, controles en sancties. Dat is de bedoeling van de experimenten met bijstand in verschillende gemeenten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid biedt gemeenten met experimenten de mogelijkheid om soepeler met de regels om te gaan. Op het eerste gezicht ook een uitkomst voor mensen met een arbeidsbeperking. Maar niet iedereen staat te juichen.

Begin juli kregen de eerste vijf gemeenten toestemming van het ministerie om te experimenteren met de bijstand en de Participatiewet. Daarbij gaat het om Wageningen, Groningen, Ten Boer, Tilburg en Deventer.

Vrijstelling sollicitatieplicht
Zo kunnen mensen van wie duidelijk is dat zij niet snel een reguliere baan vinden, worden vrijgesteld van de verplichte sollicitaties. Veel mensen zijn wel degelijk actief als vrijwilliger of mantelzorger. De verplichtingen en voortdurende controles zijn belastend en leveren niet veel op - behalve hoge administratieve lasten en uitvoeringskosten. Mensen krijgen door de vrijstelling meer rust en ruimte om activiteiten te ondernemen die goed bij ze passen en maatschappelijk gezien heel waardevol zijn.

Beetje bijverdienen
Enkele gemeenten bieden in de experimenten ook de mogelijkheid om meer bij te verdienen, naast de uitkering. De huidige regels bieden die mogelijkheid bijna niet. Een kleine parttime baan levert financieel dan niet veel op of leidt zelfs tot flinke kortingen op de uitkering. Dat stimuleert niet en houdt zo mensen ’gevangen in de uitkering’, redeneert de gemeente Groningen, een van de deelnemers aan het experiment.

Vraagtekens
Een gemeente die niet meedoet met het experiment is Den Bosch. Daar ontstond discussie over deelname aan het landelijke experiment. De lokale cliëntenraad Wmo adviseerde het gemeentebestuur om niet mee te doen omdat uitkeringsgerechtigden niet kunnen bepalen in welk onderdeel van het experiment ze vallen. Eén experimenteergroep krijgt zelfs te maken met een extra zwaar regime ‘waarbinnen de verplichtingen zelfs tijdelijk worden geïntensiveerd’, schrijft de cliëntenraad. En als een uitkeringsgerechtigde eenmaal deelneemt aan het experiment kan hij of zij niet stoppen. Een ander kritiekpunt is dat het experiment vooral gaat over uitstroom uit de bijstand, in plaats van echt te doen wat mensen nodig hebben.

Eigen weg
Sommige gemeenten zoeken los van het landelijke experiment hun eigen weg. Oss en Apeldoorn zijn voorbeelden van gemeenten die dat doen met het project ‘Regelluw’. Ze gaan uit van de bestaande mogelijkheden binnen de Participatiewet. Wel met dezelfde bedoeling als het landelijke experiment: minder strenge regels en sancties, meer vrijheid en meer begeleiding voor mensen die daar echt iets aan hebben.

Het experiment vanuit het ministerie duurt twee jaar. De gemeenten Utrecht en Nijmegen moeten nog toestemming krijgen van het ministerie om met hun experimenten te beginnen.

Meer informatie:


Meer over Participatiewet (u gaat naar Thema's)
Terug naar Home