De decentralisatie is niet de welkomstpoort naar een lokale, inclusieve samenleving zoals deze vijf jaar geleden werd geïntroduceerd in Nederland. In plaats daarvan is het een streng bewaakte grensovergang die hoge drempels opwerpt naar schaarse voorzieningen. Dit raakt direct aan de dagelijkse ondersteuning van ruim 1,5 miljoen mensen met een beperking of chronische aandoening. Pleidooi van Ieder(in)-directeur Illya Soffer om lessen te leren uit het ‘Deense model’.
Groep jongeren

Uit allerlei onderzoeken blijkt dat Nederlanders over het algemeen achteruitgang ervaren sinds de decentralisatie, met name op het gebied van eigen regie en het kunnen meedoen.

Hele sociale domein in één wet

Denemarken heeft ruim tien jaar geleden gedecentraliseerd, maar daar is wel vooruitgang merkbaar. De Denen hebben het hele sociale domein in één wet georganiseerd. Of het nu gaat om werk, inkomen, hulpmiddelen, wonen, onderwijs, ondersteuning, thuiszorg en andere verpleegkundige zorg – de gemeente zorgt voor de juiste mix van voorzieningen van de aanvrager. Bovendien verzorgt de gemeente grotendeels zelf de zorg en ondersteuning. Dat maakt samenhang en samenwerking gemakkelijker. Er zijn immers geen economische prikkels die dat tegenwerken, zoals je die in Nederland vaak tegenkomt.

Elke gemeente heeft een raad van mensen met een beperking om gelijke kansen en mogelijkheden te creëren. Het is in Denemarken wettelijk geregeld dat leden van de raad worden betrokken bij het maken, uitvoeren en bijstellen van beleid. Goed gefaciliteerd en niet vrijblijvend.

Het kan alleen door te investeren

Een invoering van het Deense model vraagt een flinke investering, dat mogelijk ten koste gaat van budgetten in de zorgmarkt. Een investering die zich pas na een aantal jaren uitbetaalt. Pas recent is in Denemarken zichtbaar dat de zorgkosten afnemen.

Lees het artikel “Wat kunnen we leren van Denemarken?”. Ter gelegenheid van de nieuwjaarsreceptie van Ieder(in), Patiëntenfederatie, Mind en PGOsupport.

Deel dit bericht