De eigen bijdrage in de Wet langdurige zorg (Wlz) belemmert duizenden mensen om hun leven op te bouwen. Werken, samenwonen en financiële zelfstandigheid wordt voor velen onmogelijk door de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In dit artikel leggen we uit hoe het zit, op basis van de laatste cijfers van het CAK. Ieder(in) roept politieke partijen op om met eerlijkere eigen bijdragen te komen.
Twee studenten, waarvan één in een rolstoel zit, voor een universiteitsgebouw.

Verenigde Naties: ‘Stop met huishoudinkomen als maatstaf’

In een rapport uit 2024 schrijven de Verenigde Naties dat niet alle wetgeving in Nederland op het gebied van zorg en ondersteuning in lijn is met het VN-verdrag Handicap. Zo is de eigen bijdrage Wlz nu afhankelijk van het gezamenlijke inkomen en vermogen van een huishouden. Dit leidt tot schrijnende situaties waarin mensen met een beperking financieel worden ‘gestraft’ voor het hebben van een partner, een baan of het krijgen van een erfenis.

Werken loont nauwelijks

Als je een Wlz-indicatie hebt, zegt dat nog niks over jouw mogelijkheden om deel te nemen in de samenleving. Veel mensen met een indicatie voor langdurige zorg willen werken en een inkomen opbouwen. Maar nu worden zij financieel sterk ontmoedigd om te werken. Wie meer verdient, betaalt al snel fors meer eigen bijdrage (zie tabel). Dit kan oplopen tot enkele honderden euro’s, soms zelfs € 900 per maand. Hierdoor blijft er van een modaal inkomen nauwelijks meer over dan van een minimumloon.

Voorbeelden eigen bijdrage Wlz per maand, zelfstandig wonend, niet in een instelling, minder dan 30.000 spaargeld (bron: CAK).

Inkomen Eigen bijdrage
Alleenstaand minimum inkomen (29.900) € 29,20
Alleenstaand modaal inkomen (46.500) € 149,50
Alleenstaand 1,5x modaal inkomen (70.000) € 345,40
Samenwonend beide minimuminkomen (2x 29.900) € 260,40
Samenwonend zelf minimuminkomen (29.900) partner modaal (46.500) € 398,73
Samenwonend  beide modaal inkomen (46.500) € 537,07
Samenwonend beide 1,5x modaal (70.000) € 900,80

Samenwonen wordt ontmoedigd

De eigen bijdrage stijgt ook als de partner van iemand met een beperking meer gaat verdienen of bijvoorbeeld wat financieel vermogen heeft. Dit zet relaties onder druk en zorgt ervoor dat veel mensen ervoor kiezen om niet te gaan samenwonen. Een alleenstaande met een minimuminkomen betaalt € 29,20 per maand, terwijl dit bedrag kan oplopen tot bijna € 400 bij samenwonen met een partner met een modaal inkomen.

Erfenis als financiële valkuil

Ook het ontvangen van een erfenis pakt al snel nadelig uit. Waar mensen zonder Wlz-indicatie pas belasting betalen vanaf een vermogen van €57.000, telt voor mensen met een Wlz-indicatie het vermogen al mee vanaf €33.000. Ouders die hun kind met een beperking financieel willen ondersteunen, zien hun nalatenschap daardoor deels verdwijnen in de eigen bijdrage.

In een instelling blijft slechts wat ‘zakgeld’ over

Mensen die in een instelling wonen met een Wlz-indicatie houden na betaling van de eigen bijdrage vaak een klein budget ‘zak- en kleedgeld’ over. Daarmee is het vrijwel onmogelijk om geld opzij te zetten of te investeren in jezelf, bijvoorbeeld met een opleiding of sociale activiteiten. Ook dat is in strijd met het VN-verdrag Handicap, dat zegt dat iedereen recht heeft op gelijke kansen en volwaardige deelname in de maatschappij.

Oproep: eigen bijdrage Wlz moet eerlijker

Mensen met een beperking hebben recht op een leven waarin werken loont, relaties geen financiële valkuil zijn en sparen niet wordt afgestraft. In aanloop naar de verkiezingen roept Ieder(in) politieke partijen op om de Wlz in lijn te brengen met het VN-verdrag Handicap.

Heb jij hier zelf ervaring mee en wil je je verhaal delen?
Neem dan contact op met het Meldpunt Ieder(in): 085 40070 22

Naar het Meldpunt

Deel dit bericht

Meer nieuws over