Veel onderwerpen, maar geen zicht op verbetering
Tijdens het debat op 10 december werden heel veel onderwerpen besproken. Namelijk: toegankelijk openbaar vervoer, inclusieve speeltuinen, woonbescherming bij zorgwoningen, tekortschietend leerlingenvervoer, bezuinigingen op de langdurige zorg, wetgeving die meedoen op de arbeidsmarkt belemmert, het breder inzetten van ervaringsdeskundigen, discriminatie op de arbeidsmarkt, woon- en energielasten, brancheopleidingen en het ravijnjaar bij de gemeentefinanciën.
Staatssecretaris Maeijer verwees bij deze onderwerpen vaak naar de Nationale strategie die momenteel wordt uitgewerkt in verschillende werkagenda’s. Ieder(in) vindt het cruciaal dat de aanbevelingen vanuit Genève onderdeel zijn van die werkagenda’s. Dat is nu nog niet het geval. Ook moeten alle ministeries en gemeenten (de VNG) duidelijke doelen, tijdlijnen en integrale verantwoordelijkheid hebben om Nederland toegankelijk te maken. Wetten, regels en de uitvoering ervan moeten in lijn worden gebracht met het VN-verdrag. Verschillende politieke partijen vroegen hier tijdens het debat aandacht voor, maar een goed antwoord ontbrak. Zo ontraadde de staatssecretaris een motie van Harmen Krul (CDA) hierover.
Ieder(in) roept Tweede Kamer op om voor moties te stemmen
Tweede Kamerleden dienden tijdens het debat in totaal 16 moties in. De Tweede Kamer stemt op dinsdag 17 december over die moties. De helft van deze moties kreeg van staatssecretarissen Maeijer (VWS) en Nobel (SZW) ‘oordeel Kamer’. Dit betekent dat de bewindspersoon geen bezwaar heeft tegen de motie en de Kamer laat beslissen. Andere moties werden ontraden of als ‘ontijdig’ bestempeld. Het kabinet wil dan bijvoorbeeld eerst een nog lopend onderzoek afwachten en daarna pas kijken naar oplossingen. Ieder(in) verstuurt vandaag een dringende oproep aan Kamerleden om de moties die de positie van mensen met een beperking echt verbeteren te ondersteunen.
Verschillen tussen gemeenten
Een belangrijke aanbeveling van het VN-comité is dat de verschillen tussen gemeenten moeten verdwijnen. Hier was tijdens het debat veel aandacht voor. Sarah Dobbe (SP) benoemde dat gemeentenregelingen voor ondersteuning verschillend toepassen en vroeg om erkenning voor deze vorm van rechtsongelijkheid. Diederik van Dijk (SGP, mede namens ChristenUnie) stelde voor dat nationale normen de verschillen kunnen oplossen. Dat sluit aan bij de aanbeveling van de VN voor nationale richtlijnen. Ismail el Abassi (DENK) vroeg zich af waarom de staatssecretaris vooral de nadruk legt op gedecentraliseerde regelgeving en beleidsruimte voor gemeenten. Gemeenten zijn in Nederland verantwoordelijk voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aldus staatssecretaris Maeijer. Momenteel loopt er een breed onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo. Maeijer wil dit afwachten en daarna eventueel maatregelen nemen tegen onverklaarbare en ongerechtvaardigde verschillen tussen gemeenten.
Lokale Inclusie Agenda
Krul (CDA) wees daarnaast op het belang dat alle gemeentes in Nederland een Lokale Inclusie Agenda moeten hebben. Hij vroeg of de staatssecretaris voor april 2025 wil inventariseren welke gemeentes niet met zo’n agenda werken. Het antwoord van staatssecretaris Maeijer luidde: “Mijn doel en tevens het doel van de VNG is dat alle gemeenten een Lokale Inclusie Agenda hebben aan het eind van 2025. Ik vind het belangrijk dat het niet alleen gaat om de kwantiteit, maar ook om de kwaliteit.” Meerdere politici benadrukten tijdens het debat bovendien het belang van een goede positie van ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigende organisaties.
Twijfels en kritiek
Veel Kamerleden waren het erover eens dat er meer moet gebeuren om de positie van mensen met een beperking en hun naasten te verbeteren. Toch zijn er grote twijfels of dat nu wél gaat lukken. Zo was er kritiek op het ontbreken van dit onderwerp in het hoofdlijnenakkoord en regeerprogramma. Agnes Joseph (NSC) zei “ervoor gestreden te hebben om het erin te krijgen” en concludeerde: “het is me niet gelukt.” Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) vatte het treffend samen: “Hier zitten allemaal woordvoerders met hart voor de zaak, maar als we echt wat willen doen, en echt willen zorgen dat we 2040 halen, moeten we zorgen dat al onze fractiegenoten, en vooral de fractiegenoten van de coalitiepartijen en het hele kabinet, hierachter staan.”
Betrokkenheid van álle bewindspersonen
Ook waren er veel vragen over de aansturing van het beleid en de uitvoering ervan. De Tweede Kamer twijfelde of de coördinerende rol van staatssecretaris Maeijer stevig genoeg is om écht het verschil te maken op andere beleidsterreinen. Te vaak wijzen bewindspersonen naar elkaar. CDA-Kamerlid Krul stelde voor om bij een volgend debat over dit onderwerp het hele kabinet uit te nodigen. Of staatssecretaris Maeijer moet het mandaat hebben om over álle levensdomeinen met de Kamer het gesprek te voeren.
‘Ons geduld is op’ gaat door
Voor het debat overhandigden we vanuit Ieder(in) samen met circa vijftig mensen uit de achterban onze eisen rondom ‘Ons geduld is op’ aan staatssecretaris Maeijer. Inmiddels hebben al meer dan 17.000 mensen hun handtekening gezet voor een inclusiever en toegankelijker Nederland. Op social media zijn via #OnsGeduldIsOp veel verhalen hierachter te zien en te lezen. Een paar voorbeelden: “Ik wil moeder zijn, geen casemanager”; “Ik wil met mijn vrienden op dezelfde rij zitten in de bioscoop”; en “Ik wil zelfstandig van A naar B reizen.”
Wij gaan de komende weken door met deze actie. Zodat we zichtbaar blijven. Deel jouw verhaal via social media (#OnsGeduldIsOp), teken de petitie en deel deze met je netwerk!
Lees het stenogram van het plenair debat VN Verdrag Handicap – 10 dec 2024
