Waarom een meldactie?
Mensen met een beperking of chronische ziekte moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Dat zegt het VN-verdrag Handicap in artikel 12. Wie dat niet zelf kan, heeft recht op hulp. In Nederland bieden we die hulp nog niet. Wel hebben we mentoren, bewindvoerders en curatoren. Dat zijn wettelijke vertegenwoordigers. Zij beslissen voor iemand over bijvoorbeeld zorg en geld.
Ieder(in) heeft een meldactie georganiseerd om te zien hoe dat in de praktijk werkt. We hebben positieve en negatieve ervaringen gehoord van mensen over hun mentor, bewindvoerder of curator. De actie heeft 70 ervaringsverhalen opgeleverd: 44 mensen hebben zelf hun verhaal aan ons verteld, 26 andere verhalen kwamen van belangenbehartigers.
De meldactie is geen officieel onderzoek. Wel helpen de verschillende ervaringen Ieder(in) te begrijpen waar de problemen liggen. In dit bericht vatten we samen wat de meldactie over de verschillende vormen van wettelijke vertegenwoordiging heeft opgeleverd.
Bewind: ‘Schulden nemen toe’
De meeste verhalen gingen over bewindvoering, vooral het regelen van schulden. Daaruit blijkt dat bewindvoerders hun werk niet altijd goed doen. Schulden van mensen met een bewindvoerder nemen soms toe in plaats van af. Ook klagen veel mensen dat ze niet op de hoogte worden gehouden, en dat bewindvoerders onbereikbaar zijn. Iemand vertelt: “In zeven jaar tijd hebben we tien verschillende bewindvoerders gehad. Ze hebben geen cent betaald aan schuldeisers en namen geen contact met ze op, waardoor de schulden bleven stijgen. Ik moest toch zelf alles regelen. We hebben het bewind stopgezet, maar nooit een eindrekening of verantwoording gekregen. Wel werden grote bedragen afgeschreven voor de paar maanden dat we geen bewindvoerder hadden, ook al werd toen afgesproken dat we daarvoor niet hoefden te betalen.”
Anderen zijn dan weer tevreden over schuldenbewind. Iemand getuigt: “Mijn bewindvoerder is erg betrokken. Altijd wordt er met mij meegedacht.” Een andere melder: “Leven met een geldlimiet is stressvol, maar mijn bewindvoerder is altijd respectvol en helpt me op de goede weg te blijven. Soms moet ze streng optreden, wat ik als vervelend ervaar, maar toch ben ik blij dat zij er is om alles te overzien.”
Mentorschap: ‘Naasten buitenspel gezet’
Je krijgt een mentor als je niet zelf over je verzorging kunt beslissen. Verhalen over mentorschap komen dan ook vooral van mensen met een beperking die in een zorginstelling leven, of hun naasten. Ook daar komen misstanden voor. Zo zijn er zorginstellingen die kritische familieleden buitenspel zetten door mentorschap aan te vragen. Een ouder vertelt: “Mijn dochter wil niet met de haar toegewezen mentor. Ook kost een mentor enorm veel geld. Dat kan zij niet betalen van haar Wajong.”
Curatele: ‘De rechtbank grijpt niet in’
Een rechter stelt een curator aan als iemand niet zelf zijn geld- en persoonlijke zaken kan regelen. Van mensen met een curator zelf ontvingen we geen meldingen, wel van hun naasten. Een melder vertelt over een familielid: “De instelling wilde hem niet meer begeleiden en zegde de huur op. Hij kwam op straat te staan en moest weer bij zijn ouders gaan wonen. De curator doet niets. De rechtbank maakt de grootste fout door niet op te treden.”
Conclusie: problemen vragen om meer onderzoek
De verhalen die Ieder(in) hoort over wettelijke vertegenwoordiging verschillen sterk. Dat komt omdat elke mentor, bewindvoerder of curator zelf bepaalt hoe die mensen ondersteunt bij keuzes maken. Uit de verschillende berichten blijkt wel dat wettelijke vertegenwoordiging vaak misgaat. Vooral het grote aantal klachten over hoge kosten valt op.
Ook merken we dat mensen vaak niet goed weten wat hun rechten zijn. Uit de meldactie alleen kunnen we niet met zekerheid zeggen hoe dat komt. De verhalen doen vermoeden dat mensen vaak te weinig informatie krijgen van hun wettelijke vertegenwoordigers. Dit en andere problemen wil Ieder(in) verder onderzoeken.
